bekijk hier het opgemaakte artikel

Foto’s: Lennaert van Ruinen

Mocht je op het water in de omgeving van Hoek van Holland in de problemen komen, dan kun je rekenen op een van de oudste reddingsstations van de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij. Sinds 1826 verrichten vrijwilligers hier heroïsche reddingen en nu is de nieuwste generatie in opleiding. Onze Haven mocht een middag mee op oefening met KNRM-reddingsboot Jeanine Parqui.

Aan de Stationsweg in Hoek van Holland, met imposant uitzicht over de Berghaven, staan vijf nostalgische witte huizen met oranje pannendaken. De ‘Koninklijke Zuid Hollandsche Maatschappij tot het redden van schipbreukelingen’ bouwde de woningen in 1900 voor de bemanningsleden van hun reddingsboot. Anno 2017 is alleen huisnummer 25 nog van de Koninklijke Nederlandse Reddings Maatschappij Hoek van Holland.
Het KNRM-station bestrijkt het ankergebied voor zeeschepen net buiten de Berghaven, het havengebied tot Maasluis en het Hartelkanaal tot vijftig mile buiten de kust. De redders varen uit voor hulp aan anker- en cruiseschepen, zeil- en sportvisbootjes, kiters, surfers en zwemmers; bijvoorbeeld omdat iemand onwel is geworden of gewond is geraakt, overboord is gegaan of is verrast door het getij, bij motorpech of een brandje aan boord.

Kweekvijver

Huisnummer 25 is reddingsinformatiepunt, winkel en thuishonk van schipper Pleun de Koning en 22 vrijwilligers, twintig mannen en twee vrouwen. Acht van hen, onder wie Martijn Hageraats en Karina Hanendijk, staan aan het begin van hun driejarige opleiding. Zij zijn recent geworven bij de vrijwillige Reddingsbrigade van ’s-Gravenzande. Pleun: “Dat blijkt een goeie kweekvijver.”
De Reddingsbrigade bewaakt het strand en honderd meter de zee op. Martijn: “We zijn er vooral voor EHBO en om de hulpdiensten te ondersteunen. Daarnaast is het lekker varen en met een auto op het strand rijden.” De KNRM is voor hem de volgende stap. “Vorige week werd ik opgepiept op iemand met hartklachten op te halen van een cruiseschip in de Waterweg. Dan kom ik na 1,5 uur terug op mijn werk en zeg ik: ‘Ik was even op een cruiseschip’. Tof toch.”
Karina is sinds haar achtste lid van de Reddingsbrigade. Nu zij, na de afronding van haar studie sportmanagement, werkt als zwembadlocatiemanager, heeft ze tijd voor de KNRM: “Als je van zwemmen houdt en de zee niet eng vindt, is dit heel mooi werk. Ik heb gelukkig nog geen ernstige zaken aan de hand gehad. Uitgangspunt is dat je hoopt dat er niets gebeurt, maar als er iets gebeurt dan ga je.”

Paraat

De bemanning van KNRM-station Hoek van Holland vaart zo’n 25 tot dertig keer per jaar uit. Om hun reddingswerk goed te kunnen doen, oefenen de vrijwilligers jaarlijks vijftig zaterdagmiddagen. Pleun is als beroepsredder eindverantwoordelijk: “Met z’n allen staan we 365 dagen per jaar 24/7 paraat. Via een moderne app geeft iedereen zijn beschikbaarheid en draagt dan een pieper. Beschikbaarheid betekent: binnen tien minuten op het KNRM-station kunnen zijn zodat de reddingsboot Jeanine Parqui binnen een kwartier na de noodoproep kan uitvaren.”

Oefening

Op deze zonnige zaterdagmiddag is binnenvaartschipper Nico Zeeman oefenleider. “Zijn naam is geen grap”, geinen zijn collega’s. Nico zal de ploeg vandaag eerst op de Jeanine Parqui de brandbestrijdingpompen en -apparatuur laten testen en gebruiken. De boot is genoemd naar haar schenker, zoals alle KNRM-reddingsboten. De reddingsmaatschappij bestaat al bijna tweehonderd jaar dankzij gelden uit donaties en nalatenschappen.
Na de oefening in de haven gaat de oefening verder op zee. Daar gaan ze samen met twee medewerkers van de Maxima brandweerkazerne Maasvlakte een drenkeling zoeken en veilig naar de wal te brengen.

Bescherming

Met het aantrekken van het grote rood-geel-zwarte droogpak veranderen de vrijwilligers van het een op het andere moment in een serieus reddingsteam. Les 1 in de opleiding is met het pak leren omgaan, vertelt oude rot Ron Zegers. Hij is net, na 27 jaar KNRM-dienst, gestopt. “Het droogpak en de boot zijn beide gemaakt met vernuft. Ze hebben alles om te zorgen dat we mensen in nood goed kunnen helpen en onszelf kunnen beschermen.”
Het droogpak met laarzen met stalen neuzen, trek je aan over je kleren. Het houdt je droog en warm en drijvend in het water. In de rechter bovenbeenzak zit een mes voor als je verstrikt raakt; in de kraag een zwemvest met kap om als een paraplu over je hoofd te trekken ter bescherming tegen golven. Er zit een handtakellicht in om ‘s nachts een noodsignaal af te kunnen geven, een rookpluim voor overdag, een flitslicht en een personal location becan.

Fik

Nico neemt de ploeg mee naar voorpiek 1 en 2, twee ruimten in de kop van het reddingsschip. Daar (her)ontdekken de vrijwilligers waar de brandpompen en -slangen liggen en hoe die aangesloten moeten worden. Ook toont Nico waar de schakeling zit voor de pre-wetting, een sproeiring die de reddingsboot zo nodig nat houdt en daarmee voorkomt dat een brand overslaat. “Door droog te oefenen en daarbij fouten te maken, leer je”, licht Ron toe. “Zodat je alles blindelings weet te vinden op het moment dat te maken krijgt met een fik aan boord van bijvoorbeeld een vissersbootje.”

Communicatie

Dan gaat de Jeanine Parqui de zee op. Pleun, reserveschipper Maarten Vroon, Martijn en Ron bemannen de cabine, de anderen staan aan dek. Allen dragen een koptelefoon voor de onderlinge communicatie. Voor Martijn betekent deze oefening een extra les navigeren; onder begeleiding loodst hij het schip naar de ontmoetingsplaats. Ondertussen meldt Ron via de radio aan het kustwachtcentrum in Den Helder wie er aan boord zijn: ‘5, 7, 9, 21, 26, 29, 30, 34 en vier gasten’, somt hij op. “Alle vrijwilligers hebben een vast nummer”, legt hij uit. “Mocht er iemand vermist raken, dan gaat een nummer doorgeven veel sneller dan een naam spellen.”

Eindeloos

Buiten de pier gooit Nico een markeeranker in zee; die speelt in de eerste run de rol van drenkeling. Dan vaart de Jeanine Parqui naar de kust voor de ontmoeting met twee brandweermannen. Die komen vanaf de kust aanscheuren op een KNRM-waterscooter; één man achter het stuur en één man liggend op de reddingsplaat achterop.
Naast elkaar op gepaste afstand varen de boot en waterscooter de zee op. “In het echt gaat dit ook zo, soms met nog veel meer boten op een rij”, legt Ron uit. “Op deze manier speur je samen de zee af naar de drenkeling.”
Bij het markeeranker gaan Steven Voogd en Jeroen Smit vrijwillig overboord om te figureren als drenkeling. “Je moet in dit werk niet bang zijn voor een nat pak”, lacht Ron. Nou ja, nat; de mannen dobberen comfortabel in hun drijvende droogpak. Maar door ze zo te zien dringt wel door dat je normaliter als drenkeling nat, koud, moe en mogelijk gewond bent, moederziel alleen, bang en reddeloos in het eindeloze water. Dan ben je maar wat dankbaar als je op de achterplaat van een waterscooter wordt gerold en naar de wal wordt gebracht. Of dat de reddingsboot z’n achterklep laat zakken en de bemanning jou naar binnen haalt.
De redders oefenen de operatie samen een aantal keer. Dan zwaaien ze ter afscheid en splitsen hun wegen. Einde oefening voor vandaag.

Tijdens de terugvaart is het stil aan boord. Terwijl de boot over de golven bonst, leunen Karina, Nico, Steven en Jeroen volkomen ontspannen tegen de railing. “Zo staan ze er ook bij met windkracht tien”, zegt Ron trots.

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Verwijder formulierToevoegen